zondag 12 juli 2009

Kleine anekdotes

Bange Bewaker

Vanaf dag 1 van ons verblijf hier in Butare hebben wij een ‘guard’ op ons erf rondlopen die ons en ons huis 24 uur per dag bewaakt en bijvoorbeeld ook de toegangspoort voor ons open doet. Zo’n iemand krijg je hier (als blanke/rijke) automatisch bij je huis geleverd; service van de zaak! Zeker in het donker maakt zijn spookachtige verschijning, zijn aftandse kleren, zijn geur, zijn bruingele glimlach, en zeker ook zijn enorme kapmes in zekere zin een bedreigende maar toch ook wel weer veilige indruk op ons.

Onze bewaker is echter al geruime tijd pleitte, en tot voor kort hadden wij geen idee waarom. De laatste twee maanden hebben wij hem in ieder geval niet meer gezien. Bij ons begon de vraag te rijzen of wij hem misschien dan toch hadden moeten betalen of zoiets?! Maar dat zou toch wel een beetje raar zijn, aangezien iedereen ons had wijsgemaakt dat de guard ‘included’ was, en dus waren wij ons (tot zijn verdwijning) in ieder geval van geen kwaad bewust. Maar ja, het kon ook zijn dat hij ziek was geworden, of in het ergste geval ergens dood in een hoekje van de tuin lag…

Een recente ontmoeting met onze huiseigenaar heeft echter compleet ander licht op de zaak geworpen. De ‘werkelijkheid’ was natuurlijk heel anders dan wij voor mogelijk hadden gehouden: volgens de huiseigenaar had de bewaker zijn ontslag bij hem ingediend omdat hij bang voor ons was! Volgens de bewaker kwamen wij geregeld diep in de nacht thuis (red: de heren van den Berg en Bolt komen normaal gesproken rond 19.00 thuis en zijn gedurende de aanwezigheid van de bewaker hooguit 2x na middernacht thuis gekomen) waarbij wij kennelijk ook nog eens een zeer bedreigende indruk op hem hadden gemaakt. “They try to beat me” was dan ook de verklaring van de bewaker. Ach ja, als je het zo bekijkt: wij waren natuurlijk zwaar bewapend met een sleutel (om de voordeur mee te openen) en een zaklamp (om onze weg naar huis te vinden in donker Afrika), terwijl hij er met zijn 40cm lange kapmes natuurlijk een beetje schamel bijloopt…

En wij al die tijd maar proberen een beetje aardig voor die man te zijn, hem met een paar pasgeleerde woordjes Kinyarwanda te begroeten en gedag te zeggen, en vooral ook proberen niet al te veel te schrikken als er vanuit een donker hoekje opeens geelbruine tanden en een enorm kapmes in het maanlicht opblinken…

Een bewaker die bang is voor zijn ‘clienten’: welkom in de wondere verhalenwereld die Rwanda heet!!!



Bananen in het Bos

Het Nyungwe Forrest is één van de drie Nationale Parken die Rwanda rijk is. Door haar hoge ligging (2000-3000m hoogte) is Nyungwe een uniek tropisch regenwoud die vele ‘endemics’ herbergt en bijzondere apen, vogels, vlinders en orchideeën kent. Ook ontspringen de twee grootste rivieren van Afrika, de Nijl en de Congo, in het Nyungwe Forrest en daarmee is het regenwoud dus zeer belangrijk voor de waterhuishouding van heel Afrika.

(N.B. voor de punaisepoetsers onder ons: het ‘ontspringen’ van een rivier is nogal een vaag begrip, maar het is een feit dat een deel van Nyungwe Forrest tot het drainage netwerk van de Congo behoort en een ander deel tot die van de Nijl. Bijzonder is dat de officieel erkende ‘most remote source of the Nile’ ook in Nyungwe Forrest ligt!)

Tijd voor een bezoekje dus, en gewapend met bananen gingen wij op pad!

(Althans, we deden een verkennende excursie per auto; een ‘echt’ bezoek, inclusief enkele hiking trails, hopen we komende week te doen!)


Zie hier het resultaat:


Banaap


Wat? Een banaan?!


National Park Nyungwe Forrest


Uitgestrekte theevelden tot aan de rand van het park



Bijzonder Bloot

Cyangugu is een grote stad (ok, relatief voor Rwandese begrippen dan: Cyangugu telt zo’n 60.000 inwoners) die pal aan de grens met Congo ligt, en die tevens schitterend gelegen is aan de uitmonding van Lake Kivu in de Rusizi rivier. Lake Kivu is twee miljoen jaar geleden ontstaan als ‘inland sea’ in de Albertine Rift Floor, en is weliswaar niet zo heel groot in oppervlakte (‘slechts’ 2200 km2) maar behoort door haar enorme diepte wel tot de 20 grootste zoetwatermeren ter wereld.

Interessant is om te vermelden dat Lake Kivu één van de drie meren in de wereld is die een serieus ‘ontploffingsgevaar’ heeft. De grote concentraties methaan en koolstofdioxide die zich constant ophopen in het meer (als gevolg van vulkanische activiteit) zouden namelijk nogal explosief naar buiten kunnen komen. Dit is namelijk in 1984 respectievelijk 1986 gebeurd bij de twee andere kritieke meren (Lake Monoun en Lake Nyos) die allebei in Kameroen gelegen zijn. Bij deze dramatische explosies (‘limnic eruptions’ genaamd) zijn daarbij duizenden doden gevallen als gevolg van een enorme gaswolk van koolstofdioxide die tot 27km landinwaarts haar slachtoffers eiste.

Om het een beetje aanschouwelijk te maken: denk aan een colafles die onder hoge druk van koolstofdioxide staat en die als gevolg van een ‘trigger’ (bijvoorbeeld het schudden van de colafles, of het toevoegen van een suikerklontje; vergelijkbaar met een aardbeving of een ‘landslide’ in het meer) tot een enorme uitbarsting komt.

Het “toeval” wil dat Lake Kivu vele, vele malen groter is dan de twee Kameroenese meren, dat de druk van het vulkanische gas in Lake Kivu (door haar enorme diepte) 3x zo groot is als in een colafles, en dat er zich in Lake Kivu naast koolstofdioxide ook nog enorme hoeveelheden methaan ophopen…

Uiteraard nemen wij als Aardwetenschappers ons vak serieus (inclusief doemverhalen :P) en dus werd het ‘ff buuten in Cyangugu’ en snel weer terug!

Na het bezoeken van het meer en het bekijken van de grens met Congo (‘bekijken’ leek ons wat veiliger dan ‘oversteken’; voor Congo maken wij graag een uitzondering…) zijn we voor de verandering eens decadent wezen lunchen. Hierbij werd onze eetlust ‘opgewekt’ door uiterst interessante sculpturen die ons wellustig aanstaarden. Een uiterst puik stukje Afrikaanse houtsnijwerk! Of laten we zeggen: porno-beelden


Lekker knagen...



Belachelijke Bureaucratie

Bureaucratie is van alle tijden en van alle landen! Dat ondervonden wij voor de zoveelste keer hier in Rwanda. Een beetje klokkijken of een afspraak nakomen is hier aan de meeste mensen niet besteed, maar vanachter een bureau wordt iedereen hier opeens überpunktlich…

Voor ons 3.5 maand verblijf hebben wij bij de Rwandese Ambassade in Den Haag een visum gekregen die slechts 3 maanden geldig is. Langer was niet mogelijk. Wij moeten dus hier in Rwanda enige extensie zien te bewerkstelligen en na wat speurwerk op internet wisten we dat we hiervoor bij het ministerie van immigratie en emigratie in Kigali moesten zijn. Veel meer details dan enkele e-mailadressen waren er op het net echter niet te vinden, dus we besloten een mailtje te sturen met de vraag of we bijvoorbeeld nog wat formulieren moesten uitprinten, invullen en meenemen.

Uiteraard geen reactie!

Dan maar het ministerie zelf opzoeken en hopen dat de meegebrachte paspoorten, pasfoto’s, visa en invitatieformulieren van de NUR voldoende zijn. Na dik drie kwartier wachten (ook hier hebben ze het nummertje trekken uitgevonden) zijn we eindelijk aan de beurt. Nadat we onze situatie hebben uitgelegd aan het mannetje achter het bureau, krijgen we te horen dat we een business visum voor 1 jaar moeten aanvragen, en dat we daarvoor een formulier moeten invullen die te vinden is op een of andere website. Uiteraard is het formulier niet in de immigratie-office zelf te verkrijgen. Op onze vraag of we het formulier dan nu ergens kunnen uitprinten en dan zo bij hem in kunnen leveren worden we gewezen op een bordje: ‘formulieren indienen is alleen mogelijk tussen 08.00 en 12.00’. Die tijd is met het lange wachten inmiddels net verstreken…

We halen onze invitatiebrieven van de NUR maar te voorschijn. Misschien dat de vele stempels en handtekeningen enige indruk maken! Na een uitvoerige inspectie van onze brieven komt hij met de constatering dat we een studenten-visum nodig hebben. Dat we student zijn hadden we al 3x uitgelegd, maar goed: hij heeft het nu in ieder geval door en het scheelt ons behoorlijk in de kosten. Deze verlichting is echter van korte duur, want hij komt al snel daarna met de mededeling dat we in plaats van een ‘invitation letter’ een ‘application letter’ nodig hebben. Juist… een ‘uitnodigingsbrief’ is kennelijk alleen voor het aanvragen van een visum, en een ‘toepassingsbrief’(?) is kennelijk nodig voor het verlengen van je visum. Oh ja, en de director moet het tekenen!

Uiteraard is het mannetje achter het bureau nog niet uitgezanikt want bij het zien van onze pasfoto’s komt alweer de volgende verbale afranseling. De foto die Harmen heeft meegebracht (hij had geen pasfoto’s uit Nederland meegenomen, dus heeft in Butare bij de lokale pasfoto-service een vijftal enorm overbelichte pasfoto’s (African quality) laten maken) voldoet aan de eisen, maar de kwaliteitspasfoto’s van Rutger uit Nederland (die zelfs de meeste strenge pasfoto-eisen voor Nederlandse paspoorten en rijbewijzen doorstaan) zijn niet goed genoeg. De achtergrond moet spierwit zijn en bij Rutger is de achtergrond een beetje beige/grijs…

Vervolgens worden we bedankt en mag de volgende klant het proberen. Enigszins gedesillusioneerd verlaten we het ministerie. Dat wordt nog minstens 2x op en neer reizen naar Kigali, formuliertjes regelen en pasfoto’s schieten!

We overwegen een weekendje ‘op vakantie’ naar Burundi te gaan, om daar bij de grens een nieuw visum aan te vragen; dat gaat vast sneller…



Bolle Buikjes

Soms is de armoede die je hier ziet schrikbarend groot. De ellende is van de gezichten af te lezen en met name de bolle buikjes van de kinderen geven te denken…

Het doet je in ieder geval wel weer beseffen hoe goed wij het hier in Nederland hebben. En ja jongens en meisjes, breng je oude kleding naar het Leger des Heils of het Rode Kruis, want tweedehandskleding wordt hier goed gebruikt en is ook zeker nodig!!!



Between Borders

Het Migina Catchment waarin wij ons onderzoek doen wordt in het zuiden begrensd door een grote rivier; Akanyaru genaamd. Bij ons bezoek aan de Akanyaru, de rivier die Burundi van Rwanda scheidt, konden wij het uiteraard niet nalaten grensoverschrijdend te werk te gaan. Van de douaniers kregen we toestemming om de slagboom te passeren en de brug over de Akanyaru over te steken. In name of science, you now! In dit stukje niemandsland liepen overigens nog verassend veel kinderen en koeien rond… Staande op de brug had je aan de ene kant uitzicht op een wapperende Burundische vlag met slagboom en gewapende mannetjes, en aan de andere kant een vergelijkbaar tafereel van de Rwandese versie. Uiteraard moeten daar foto’s van gemaakt worden! Zowel Rutger, als Stefan, Harmen en Omar schoten er lustig op los! Helaas waren de douaniers hier niet zo van gediend, en Rutger werd op het matje geroepen. Onder het toeziend oog van de commandant moesten alle foto’s die er ook maar een beetje belastend uitzagen gewist worden. Dat Omar, Harmen en Stefan ook allemaal al de nodige kiekjes hadden geschoten deerde de douaniers kennelijk niet. Het gaat natuurlijk om het statement wat je maakt. Niets heerlijker dan even laten weten wie er de baas is!



Baldadige Boertjes

Tot onze grote spijt heeft de baldadigheid toegeslagen in het Migina Catchment. Nadat we vorige maand al beroofd waren van ons zonnepaneel (waardoor de meteotoren bij het GIS centrum inmiddels al enkele weken buiten werking is:S), wordt er nu op grote schaal jacht gemaakt op onze sloten. Van een pas geïnstalleerde staff gauge is de stalen klep doorgeknipt (als ware het een kartonnetje) en is het slot meegenomen. De inhoud van de staff gauge is gelukkig ongemoeid gelaten. Kennelijk heeft alleen het slot hier waarde. Het is alsof ze in Amsterdam je fiets kapot knippen om je slot te jatten…

Maar dat was nog niet alles. In Kadahokwa hebben wij twee transecten van in totaal 10 peilbuizen staan, waarbij alle peilbuizen zijn afgesloten met een in beton gegoten stalen constructie die met respectabele hangsloten zijn vastgemaakt. Maarliefst 3 weken achter elkaar ontdekten wij bij ons wekelijkse bezoek op zaterdag dat er een hangslot was ontvreemd. Vreemd genoeg waren hier nooit braaksporen van te vinden. Het gerucht gaat dat er in het nabijgelegen dorp een tovenaar woont die van elk (gejat) slot voor 200 RWF (=30 eurocent) een bijpassend sleuteltje kan maken, waarna het geheel voor veel meer geld weer verkocht kan worden.

Omdat het steeds om hetzelfde type slot ging dachten wij er goed aan te doen deze te vervangen door een ander type slot. Bovendien was er officieel 24 uur per dag bewaking bij de peilbuizen; althans, daar betaalden wij in ieder geval een aantal bewakers voor…

In de daaropvolgende week was de schade echter erger, toen er meerdere metalen afsluitklepjes waren gesloopt, en er wederom een slot en helaas ook een diver waren ontvreemd. Zeker dat laatste is spijtig: behalve het feit dat divers wel enkele honderden euro’s de stuk kosten, zijn we nu ook data kwijt. Oja, uiteraard had de bewaking niets gezien van deze baldadigheid…

Tijd voor actie dus, en nadat wij alle overige divers uit voorzorg hadden verwijderd, spoedden wij ons naar de lokale dorpsvergadering die toevallig op dezelfde dag plaatsvond. Iedere heuvel in Rwanda heeft zo z’n eigen dorpje, met z’n eigen lokale autoriteiten en ook z’n eigen dorpsvergadering. Dat komt neer op lekker babbelen in het gras, met voornamelijk vrouwelijke aanwezigen, en 1 jong ventje in nette kledij die de autoriteit blijkt te zijn. Terwijl de kleurrijk geklede vrouwen een plekje in het gras opzoeken en hun zuigeling de borst geven, worden wij gestationeerd op vermoedelijk het enige bankje van het dorp. Tsja, we zijn tenslotte blank he!

Na een inleidend praatje van het ‘stamhoofd’, komt Omar aan het woord die zeer uitvoerig verslag doet van onze bezigheden hier, en de recente baldadigheden die ons werk nogal bemoeilijken. Het enige wat wij van dit gesprek meekrijgen zijn de nodige verontwaardigingen die worden geuit door de aanwezigen. Hier en daar wordt zelfs een traantje gelaten! De conclusie van de lokale gemeenschap is dat de daders vermoedelijk uit een ander dorp komen, want ja “wij zouden zoiets natuurlijk nooit doen”! Ook belooft iedereen thuis eens goed te zoeken of daar toevallig ook nog een diver verstopt ligt…

Tot slot wordt er besloten dat onze sloten voortaan overdag bewaakt zullen worden door de ‘local defender’ die daarbij ook zijn officiële uniform zal aantrekken! Dat zal helpen! De huidige bewakers zijn volgens de dorpelingen niet te vertrouwen en worden dus de laan uit gestuurd. Omdat de officiële bewaker zijn post natuurlijk niet mag verlaten, belooft de familie om hem elke dag zijn lunch te komen brengen.

Voor de nachtploeg zijn echter wat meer problemen, omdat niemand het aandurft om in z’n eentje de bewaking op zich te nemen in het donker. Volgens de dorpelingen is het hier namelijk erg gevaarlijk ’s nachts en kun je zomaar gedood worden als je alleen bent. Tsja, dat soort consequenties willen wij voor ons onderzoek natuurlijk ook niet op ons geweten hebben…

Dit probleem wordt opgelost door ’s nachts 2 gewapende mannetjes neer te zetten, die behalve onze peilbuizen ook elkaar kunnen verdedigen. Slim jongens, heel slim! Daarnaast wordt er nog een logboek in het leven geroepen waarin elke bewaker bij de overdracht moet tekenen of bij zijn vertrek alles nog in orde was. Op deze manier valt er bij eventuele baldadigheden precies te bepalen welke bewaker dat had moeten voorkomen. Het lijkt dus allemaal goed geregeld zo!

Als we de volgende dag langskomen blijkt alles dan ook keurig in orde te zijn. Eén van de twee nachtbewakers komt echter met het verhaal dat er die nacht gevochten is. Toen hij rond 19.00 eventjes alleen was, zag hij een verdacht persoon rond onze peilbuizen lopen. Op zijn vraag wat diegene hier te zoeken had in het donker, ontstond er een woordenwisseling en een handgemeen. Onze bewaker kreeg een machete op zijn keel (en die kapmessen hier zijn geen kleine jongens…) en riep om hulp. Gelukkig waren er bondgenoten in de buurt, en toen die aan kwamen snellen wist hij het mes van zijn belager afhandig te maken, waarna deze de benen nam.

Achteloos verteld onze bewaker dit verhaal, waarbij hij nonchalant met zijn nieuwe mes speelt. Gelukkig hebben wij een bewaker van het formaat Schwarzenegger, die volgens de verhalen nog niet zo lang geleden de leider was van een groepje ‘gangsters’. Zo’n iemand waar je liever geen ruzie mee hebt, zeg maar. Onze peilbuizen lijken dus voorlopig in veilige handen, maar niets is zeker in dit land…


The local meeting


Betoverende Ballen

In het kader van de ‘One Dollar Campaign’, een inzamelingsactie voor genocide-weeskinderen, werd in het Nationale Stadion van Kigali een benefietwedstrijd georganiseerd tussen het Rwandese nationale elftal en een ‘African Star’ team. Nou leek het ons sowieso al leuk om eens een voetbalwedstrijd van het nationale team te gaan bezoeken, maar nu was er dus de mogelijkheid om eveneens Afrikaanse sterspelers zoals Drogba (Chelsea), Eto’o en Touret (beiden Barcelona) te zien spelen. Dus wij kaartjes regelen en naar het grote stadion in Kigali!

Eerder hadden we op een groot scherm al gezien dat Rwanda nou niet bepaald hoogstaand voetbal speelt (niveautje eersteklas amateurs) en in de kwalificatierondes van de African Cup voor het WK2010 staan ze dan ook kansloos onderaan in de poule. Tegen een sterrenteam met Drogba en Eto’o in de spits bereidden wij ons dan ook voor op een flinke afstraffing voor de ‘Amavubi’ (oftewel ‘de wespen’ zoals de bijnaam van het Rwandese voetbalteam luidt).

In het stadion aangekomen bleken we gelukkig niet de enige te zijn: zelfs President Paultje K. was aanwezig! Ook de Amavubi-fanclub kon natuurlijk niet ontbreken!

Toen de spelers het veld op kwamen lopen bleek al snel dat de ‘African Stars’ maar met z’n zevenen waren gekomen, en dus moesten worden aangevuld met de reservespelers van Rwanda (niveautje tweedeklas amateurs). Daarnaast werd tijdens de wedstrijd al snel duidelijk dat zo in het zomerreces het beste er bij Drogba en Eto’o ook wel vanaf is. Veel meer dan buitenspel werd er niet gelopen… Een soort van komkommervoetbal!

Uiteraard waren er de nodige trucjes van de DJ, maar falend in de afronding wist hij hiermee de Rwandese keeper niet te verschalken. Eto’oh oh oh! Nee, eigenlijk was het gewoon eenrichtingsverkeer de andere kant op en het sterrenensemble werd dan ook met 4-0 afgedroogd door FC Rwanda. Vermoedelijk de grootste overwinning ooit voor Rwanda; een prestatie op zich. Voor de Afrikaanse sterspelers was er gelukkig nog een diner met Paultje in het uberdeluxe Hotel Serena in het verschiet, dus verliezers waren er niet deze avond.

Onze avond werd gelukkig nog gemaakt door een kort maar krachtig optreden op de Rwandese TV. Ons vak was even vol in beeld; live nog wel! De dame die naast ons zat heeft dat overigens geweten, want die werd 10 seconden later door haar boze moeder gebeld met de vraag waarom ze niet in Butare in de Universiteit zat, wat ze kennelijk haar ouders had wijsgemaakt!

Ons leverde deze ‘5 seconds of fame’ slechts een jaloerse herkenning van de driver op, de volgende dag, die de wedstrijd thuis vanaf de bank had moeten zien.

En oja, bijna vergeten te melden: we zijn natuurlijk in Afrika, dus de wedstrijd begon niet om 15.00 maar om 18.30. Ach ja, die dingen die wennen…

Omdat de laatste bus terug naar Butare om 19.00 al vertrekt, hebben we noodgedwongen een goedkoop hostel moeten zoeken in Kigali voor de nacht. De volgende ochtend om 06.00 begon onze reis alweer richting Butare. Het douchen hebben we overigens maar gelaten…


Zoek de kakkerlak



Drogba en Eto'o staan klaar voor de aftrap



Bagger Broek Belet Bezoek aan Bobo?

Op de universiteit van Rwanda (en eigenlijk in heel Oost-Afrika) heerst niet echt een onderzoekscultuur; de focus ligt op onderwijs. Zeker op het gebied van water is dit onderzoek echter wel hard nodig. Ondanks dat Rwanda een relatief nat en heel groen land is (er valt jaarlijks meer neerslag dan in Nederland!) behoort Rwanda tot de top5 landen waar waterschaarste heerst. Per hoofd van de bevolking is er minder water beschikbaar dan in bijvoorbeeld een woestijnland als Marokko. Dit op het eerste gezicht onlogische gegeven wordt veroorzaakt door de zeer hoge bevolkingsdichtheid in Rwanda, maar met name ook door onvoldoende en inadequate gebruikmaking van het beschikbare water. Met een explosief stijgende bevolkingsgroei, toenemende extremen in het natte en droge seizoen (door klimaatverandering), en een toenemende vervuiling (afvalwater wordt hier niet gezuiverd, maar sijpelt hier gewoond de grond in) zullen de problemen met water alleen maar toenemen in de toekomst. Er is dus veel meer kennis en investeringen nodig in de watersector, en snel ook!

Schrijnend is het dan ook om te zien dat het de Rwandese overheid in de afgelopen 15 jaar gelukt is om in heel Rwanda slechts 11 regenmeetstations en 22 rivierwaterlevelstations op te bouwen en operationeel te houden. Ook kent Rwanda welgeteld 0 hydrologen, en is Omar momenteel de enige PhD in de hydrologie.

Dat er nu in nog geen 3 maanden tijd opeens 15 regenmeetstations, 4 rivierwaterlevelstations, 10 grondwaterlevelstations en weet ik wat allemaal nog meer is opgebouwd (en dat allemaal alleen in het kleine Migina Catchment) is een prestatie op zich te noemen. Nog nooit eerder vertoont in Rwanda, en misschien wel in heel Oost-Afrika!

Dit gegeven is niemand minder dan de Minister of Natural Resources ook niet ontgaan, en hij heeft dan ook contact met Omar opgezocht, met de vraag hoe hij dit in hemelsnaam voor elkaar gekregen heeft! Het lijkt wel on-Afrikaans! Als oud-NUR docent bleek de minister buitengewoon geïnteresseerd in ons project. Een uitnodiging voor een kopje thee bij de minister was dan ook het gevolg.

Samen met Prof. Stefan Uhlenbrook (werkzaam bij de UNESCO-IHE en professor aan de VU, tevens supervisor van Omar en van ons) en Jeltje Kemerink (eveneens werkzaam bij de UNESCO-IHE en projectleider van het Water Resources and Environmental Management Project waar ons onderzoek ook deel van uitmaakt) togen wij deze week naar Kigali.

Stefan en Jeltje hadden die dag eerst een formeel gesprek met de Nederlandse Ambassadeur, en wij maakten van de gelegenheid gebruik om onze retourvlucht bij Brussels Airlines te bevestigen en een poging te wagen bij het Ministerie van Immigratie en Emigratie om ons visum te verlengen.

Helaas werd het ons daarna echter duidelijk dat het niet de bedoeling was dat wij ook op bezoek gingen bij de minister. Alleen Stefan, Jeltje en Omar (strak in pak) stonden op de ‘gastenlijst’. Enig overleg hierover was er echter niet geweest, en ook was er geen enkele uitleg; het leek een vanzelfsprekendheid! Voor ons was er dus geen alternatief dan vervroegd aftaaien en de terugreis naar Butare te aanvaarden.

Wij vermoeden dat ‘men’ van mening is dat wij simpelweg niet netjes genoeg gekleed door het leven gaan om een minister te bezoeken. En ja, Omar is hier natuurlijk de promovendus; wij zijn slechts studenten…

Gelukkig was de uitkomst van het gesprek met de minister positief (Stefan wenste dat de ministers in Nederland zo geïnteresseerd zouden zijn…) en de minister heeft zelfs te kennen gegeven graag eens met ons het veld in te willen om alle opgebouwde apparatuur in Migina Catchment te aanschouwen!

Wij hopen van harte dat dit veldbezoek er nog voor ons vertrek naar Nederland van komt, en reken maar dat wij dan onze meest bebaggerde broek aan zullen trekken!!!


"Who beat you?" is de standaardvraag die je hier krijgt als je er als blanke zo bij loopt...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen